opties en materialen  
    Opties
E-mechaniek

E-ring
C-of B-voet
Offset of inline G
Open #G.
Getrokken of gesoldeerde gaten
Open/ gesloten kleppen
Stemming A 440 of 442
Materiaal veren
Gepunte klepdeksels
Stelschroeven
Wing plate
Materialen
   

 

opties
E
E-mech
E-mechaniek
Een verbinding die zorgt dat bij het sluiten van de E-klep, ook de onderste G-klep sluit. Hierdoor spreekt de hoge E makkelijk aan. Zit op de meeste fluiten, maar niet alle fluiten hebben het nodig. Op een fluit die geen E-mechaniek heeft, maar het wel nodig heeft, kun je een E-ring laten plaatsen.
  E-ring
Ring geplaatst in het onderste G-gat waardoor de hoge E makkelijker aanspreekt. Wanneer de hoge e een probleem is en de fluit heeft geen E-mechaniek, is dit de goedkoopste optie. Op de foto hiernaast zie je een ring in het linkergat, de G-klep is even van de fluit gehaald.
C
of
B
C-of B-voet
De meeste fluiten spelen tot lage C. Meer gevorderde spelers en profs hebben een ander voetstuk op de fluit met een extra gat en een extra klep. En hij is iets langer, waardoor de laagste toon B wordt. Bij de duurdere fluiten is het mogelijk een B-voet los erbij te kopen. Sommige beroepsfluitisten hebben in hun koffer een B-en een C-voet zitten. Overigens is het ook mogelijk een klein verlengbuisje op de C-voet te zetten. Hierdoor klinkt bij de C-greep een lage B, de #C wordt ietsje te laag en de andere tonen hebben er geen last van. Speel je een stuk met C er in, dan haal je het buisje eruit. 
 


offset G



inline G

Offset of inline G
De meeste fluiten hebben een offset G. Hierbij draait de G klep om een eigen asje en hij staat wat verder naar buiten dan de andere kleppen. Dit is voor de meeste mensen het prettigst om te spelen. Bij sommige fluiten zit de G-klep op dezelfde as gemonteerd als de A en bB kleppen. Dit heet inline. Dat ziet er wat strakker uit en een enkeling vind het prettig om op te spelen.
  Open #G.
In het oorspronkelijke systeem van Theobald Boehm, de uitvinder van de moderne dwarsfluit, zat een open #G-klep. Dat betekent dat je om van A naar G te gaan, 2 kleppen indrukt, het zijn immers 2 halve tonen. Voor een #G hoef je alleen de bovenste klep te sluiten. De klep aan de achterkant van de fluit is dan helemaal niet nodig. De meeste fluitisten vonden het maar niets, en veel fluiten werden later omgebouwd naar het gesloten #G systeem, dat nu op bijna iedere fluit zit. Enkele spelers spelen nog op open #G en fluitbouwers maken het op verzoek.
 


boven: getrokken gat



boven: gesoldeerd gat

Getrokken of gesoldeerde gaten
Een toongat is eigenlijk een heel kort zijbuisje van de hoofdbuis. Dit is nodig voor de polster om te sluiten. Er bestaan meerdere manieren om een gat op een fluit te bouwen. De klassieke wijze is een ringetje op de buis solderen. Mits netjes gedaan, ziet het er heel strak uit. Op antieke fluiten en sommige kostbare handgebouwde fluiten zitten gesoldeerde toongaten. Voordelen zijn het strakke uiterlijk en minder spanning op het metaal van de hoofdbuis. Nadelen zijn de kans op lekken bij ouder worden en de toegenomen turbulentie, waardoor de fluit zwaarder aanspreekt.
Getrokken gaten worden gemaakt door een gat in de buis te stansen. Vanuit het midden van de buis wordt dan een kegel naar boven getrokken waardoor de wand van het gat rechtop komt te staan. De scherpe bovenrand wordt omgerold en klaar is het gat. Klinkt ingewikkeld, maar met de juiste machines gaat het heel snel. Voordelen zijn de lage kosten en solide constructie. Nadeel is de vaak niet nauwkeurige bovenrand van het gat, waardoor het lastiger is een polster goed sluitend te installeren. 
ok


open kleppen


gesloten kleppen


Open/ gesloten kleppen
Bij de meeste fluiten dekt een klep het gehele gat af. Die hebben gesloten kleppen. Sommige fluiten zijn voorzien van open kleppen, ook wel genaamd geperforeerde kleppen. Hierbij zit in 5 van de 17 kleppen een opening. Wanneer de klep open staat kan de trilling makkelijker wegkomen. Voordelen: je kunt jezelf beter horen, en daardoor lijkt een open-kleppen fluit beter te klinken. Bovendien kun je een gat ook gedeeltelijk afsluiten, en op die manier kun je bijvoorbeeld kwarttonen en glissandi spelen. Nadelen: je moet je vingers heel nauwkeurig midden op de kleppen zetten, anders sluiten ze niet goed af. En het is lastiger (dus duurder) om de polsters goed sluitend te maken. De meeste amateurfluitisten spelen op gesloten kleppen, maar veel gevorderde amateurs vinden een open-kleppenfluit wel prettig. Bijna alle profs spellen open kleppen. Bijna, niet allemaal. 
A440
of
A442
Stemming A 440 of 442
Toon is trillingen. Hoe meer trillingen, hoe hoger de toon. De lage A op de meeste fluiten valt gelijk met de midden A op de piano, met 440 trillingen per seconde. Het heet dan dat de frequentie 440 Hz (Hertz) is. In veel orkesten wordt op hogere stemmingen gespeeld, 442 of zelfs 444 Hz. Studiefluiten zijn bijna altijd op 440 Hz gebouwd, de meeste professionele fluiten op 442 Hz. Op fluiten van voor WW2 kom je heel andere stemmingen tegen, vaak is dat 435 Hz. Dat zijn vaak mooie fluiten, maar je hebt er niets aan als je wilt samenspelen. 
  Materiaal veren
De meeste fluiten hebben roestvast stalen veren. Dit is het beste verenmateriaal. Op oude fluiten zie je soms blauw stalen veren. Die veren iets soepeler, maar roesten snel. Goedkope studiefluiten hadden vroeger veren van beryllium-koper, te herkennen aan de oranje kleur. Deze veren zijn slap en breken snel. Professionele fluiten hebben soms veren van goud. Goed verendraadstaal heeft een treksterkte van 2300N/mm2, daar kan geen goud aan tippen.
  Gepunte klepdeksels
Deze bouwstijl is afkomstig van de franse fluitbouwers in de 19e eeuw. Omdat dit lastig om te maken is, vind je dit alleen op duurdere fluiten. Gepunte klepdekseld , in het engels "pointed arms"genoemd, staan leuk, maar zijn niet beter dan gewone klep-armen.
  Stelschroeven
Er zijn een aantal kleppen op de fluit die door een andere klep gesloten kunnen worden. Dit moet dan wel heel precies gebeuren. Daarvoor is het mechaniek van kleine stelschroeven voorzien. Na lang gebruik kunnen stelschroeven los gaan zitten. Op de nokjes (waar de stelschroef tegenaan komt) zit niet altijd een demper, waardoor de stelschoeft tikt. Veel professionele fluiten hebben geen stelschroeven, maar de ruimte tussen de afstelnokjes wordt opgevuld met stukjes papier of kunststof. Dit is heel tijdrovend om te doen, dus duur. Een goed gemaakte stelschroef met een kunststof dempertje is stil en heel nauwkeurig.
  Wing plate
Door een sterke welving van de lipplaat ontstaan verhogingen aan weerskanten van het blaasgat. Hierdoor worden de lage tonen van de fluit veel beter.

top

 
   

Materialen
Vanouds worden allerlei verschillende materialen gebruikt in de fluitenbouw. Omdat van de trillende lucht maar een heelklein deel in contact staat met de wand heeft het soort materiaal niet zoveel invloed op de klank. Het belangrijkste is de vorm van het blaasgat, het verloop van de conus in de kop en het sluiten van depolsters.

Verzilverd   De gehele fluit is gemaakt van alpaca, een legering van nikkel, koper en zink. Dit is een heel sterk materiaal. Het is op galvanische wijze verzilverd. De laag zilver is heel dun,ongeveer 0,015mm. Door slechte galvanisatie of een zure omgeving kan een zilverlaag op den duur gaan bladderen of putjes vertonen.
Zilveren kop   Omdat de kop het belangrijkste is voor de toonvorming, wordt de kop van zilver gemaakt, en de rest van de fluit is verzilverd. De toon wordt door deze maatregel iets zoeter.
Zilveren body   Dit wil zeggen dat de buis can kop, body en voet van zilver is. De kleppen zijn verzilverd. Meestal is ook de lipplaat van zilver. Dit betekent dat de gehele klinkende lengte van de fluit van zilver is.
Geheel zilver   Deze term betekent dat de gehele fluit, ook de kleppen, van zilver is. Overigens zijn de assen,schroeven en pennen van het mechaniek van staal. Zilver zou hiervoor te zacht zijn. Omdat er geen ziklverlaag is die kan wegslijten of beschadigen, hebben deze fluiten een zeer lange levensduur.
Goud   Goud wordt in alerlei combinaties toegepast: gouden lipplaat, kop, buis of geheel goud. Wat wordt toegepast is meestal 14karaats goud (58%). Dit is harder en veel zwaarder dan zilver. Goud geeft een diepe, sonore klank, en veel meer weerstand dan zilver.
Hout   Hout wordt sinds mensenheugenis voor fluiten gebruikt. Moderne dwarsfluiten zijn meestal van Grenadille (Dalbergia Melanoxyla)of een ander soort palissander. Houten fluiten zijn wat zwaarder dan zilveren. Ze hebben niet altijd een warmere klank, vaak wel.
Andere materialen   De alleroudste fluiten waren van mammoetivoor of holenbeer botten. tegenwoordig bestaan er instrumenten van titanium, grenaditte en koolstofvezel.
 
     

 

 

home contact route links aanbiedingen bestelpagina leveringsvoorwaarden polls Maarten Visser Karina Erhard Forum (extern) prijzen fluiten opties fluiten accessoires fluitkoppen polsters gebruik microfoon hand en duimsteunen kinderfluiten voor ouders verhuur instellen kromme fluitkop spreekbeurt fluit verzenden onderhoud voor kids reparaties fotoverslag revisie troubleshooting ergonomie aanpassingen zwanenhalskop vertikale kop FAQ aanpassingen artikelen evolutie muziekles voordracht NFG beton downloaden