| opties |
E
E-mech |
 |
E-mechaniek
Een verbinding die zorgt dat bij het sluiten van de E-klep, ook
de onderste G-klep sluit. Hierdoor spreekt de hoge E makkelijk aan.
Zit op de meeste fluiten, maar niet alle fluiten hebben het nodig.
Op een fluit die geen E-mechaniek heeft, maar het wel nodig heeft,
kun je een E-ring laten plaatsen. |
| |
 |
E-ring
Ring geplaatst in het onderste G-gat waardoor de hoge E makkelijker
aanspreekt. Wanneer de hoge e een probleem is en de fluit heeft
geen E-mechaniek, is dit de goedkoopste optie. Op de foto hiernaast
zie je een ring in het linkergat, de G-klep is even van de fluit
gehaald. |
C
of
B |
 |
C-of
B-voet
De meeste fluiten spelen tot lage C. Meer gevorderde spelers en
profs hebben een ander voetstuk op de fluit met een extra gat en
een extra klep. En hij is iets langer, waardoor de laagste toon
B wordt. Bij de duurdere fluiten is het mogelijk een B-voet los
erbij te kopen. Sommige beroepsfluitisten hebben in hun koffer een
B-en een C-voet zitten. Overigens is het ook mogelijk een klein
verlengbuisje op de C-voet te zetten. Hierdoor klinkt bij de C-greep
een lage B, de #C wordt ietsje te laag en de andere tonen hebben
er geen last van. Speel je een stuk met C er in, dan haal je het
buisje eruit. |
| |

offset G
inline G
|
Offset
of inline G
De meeste fluiten hebben een offset G. Hierbij draait de G klep
om een eigen asje en hij staat wat verder naar buiten dan de andere
kleppen. Dit is voor de meeste mensen het prettigst om te spelen.
Bij sommige fluiten zit de G-klep op dezelfde as gemonteerd als
de A en bB kleppen. Dit heet inline. Dat ziet er wat strakker uit
en een enkeling vind het prettig om op te spelen. |
| |
 |
Open
#G.
In het oorspronkelijke systeem van Theobald Boehm, de uitvinder
van de moderne dwarsfluit, zat een open #G-klep. Dat betekent dat
je om van A naar G te gaan, 2 kleppen indrukt, het zijn immers 2
halve tonen. Voor een #G hoef je alleen de bovenste klep te sluiten.
De klep aan de achterkant van de fluit is dan helemaal niet nodig.
De meeste fluitisten vonden het maar niets, en veel fluiten werden
later omgebouwd naar het gesloten #G systeem, dat nu op bijna iedere
fluit zit. Enkele spelers spelen nog op open #G en fluitbouwers
maken het op verzoek. |
| |

boven: getrokken gat
boven: gesoldeerd gat
|
Getrokken
of gesoldeerde gaten
Een toongat is eigenlijk een heel kort zijbuisje van de hoofdbuis.
Dit is nodig voor de polster om te sluiten. Er bestaan meerdere
manieren om een gat op een fluit te bouwen. De klassieke wijze is
een ringetje op de buis solderen. Mits netjes gedaan, ziet het er
heel strak uit. Op antieke fluiten en sommige kostbare handgebouwde
fluiten zitten gesoldeerde toongaten. Voordelen zijn het strakke
uiterlijk en minder spanning op het metaal van de hoofdbuis. Nadelen
zijn de kans op lekken bij ouder worden en de toegenomen turbulentie,
waardoor de fluit zwaarder aanspreekt.
Getrokken gaten worden gemaakt door een gat in de buis te stansen.
Vanuit het midden van de buis wordt dan een kegel naar boven getrokken
waardoor de wand van het gat rechtop komt te staan. De scherpe bovenrand
wordt omgerold en klaar is het gat. Klinkt ingewikkeld, maar met
de juiste machines gaat het heel snel. Voordelen zijn de lage kosten
en solide constructie. Nadeel is de vaak niet nauwkeurige bovenrand
van het gat, waardoor het lastiger is een polster goed sluitend
te installeren. |
| ok |

open kleppen

gesloten kleppen
|
Open/
gesloten kleppen
Bij de meeste fluiten dekt een klep het gehele gat af. Die hebben
gesloten kleppen. Sommige fluiten zijn voorzien van open kleppen,
ook wel genaamd geperforeerde kleppen. Hierbij zit in 5 van de 17
kleppen een opening. Wanneer de klep open staat kan de trilling
makkelijker wegkomen. Voordelen: je kunt jezelf beter horen, en
daardoor lijkt een open-kleppen fluit beter te klinken. Bovendien
kun je een gat ook gedeeltelijk afsluiten, en op die manier kun
je bijvoorbeeld kwarttonen en glissandi spelen. Nadelen: je moet
je vingers heel nauwkeurig midden op de kleppen zetten, anders sluiten
ze niet goed af. En het is lastiger (dus duurder) om de polsters
goed sluitend te maken. De meeste amateurfluitisten spelen op gesloten
kleppen, maar veel gevorderde amateurs vinden een open-kleppenfluit
wel prettig. Bijna alle profs spellen open kleppen. Bijna, niet
allemaal. |
A440
of
A442 |
 |
Stemming
A 440 of 442
Toon is trillingen. Hoe meer trillingen, hoe hoger de toon. De lage
A op de meeste fluiten valt gelijk met de midden A op de piano,
met 440 trillingen per seconde. Het heet dan dat de frequentie 440
Hz (Hertz) is. In veel orkesten wordt op hogere stemmingen gespeeld,
442 of zelfs 444 Hz. Studiefluiten zijn bijna altijd op 440 Hz gebouwd,
de meeste professionele fluiten op 442 Hz. Op fluiten van voor WW2
kom je heel andere stemmingen tegen, vaak is dat 435 Hz. Dat zijn
vaak mooie fluiten, maar je hebt er niets aan als je wilt samenspelen. |
| |
 |
Materiaal
veren
De meeste fluiten hebben roestvast stalen veren. Dit is het beste
verenmateriaal. Op oude fluiten zie je soms blauw stalen veren.
Die veren iets soepeler, maar roesten snel. Goedkope studiefluiten
hadden vroeger veren van beryllium-koper, te herkennen aan de oranje
kleur. Deze veren zijn slap en breken snel. Professionele fluiten
hebben soms veren van goud. Goed verendraadstaal heeft een treksterkte
van 2300N/mm2, daar kan geen goud aan tippen. |
| |
 |
Gepunte
klepdeksels
Deze bouwstijl is afkomstig van de franse fluitbouwers in de 19e
eeuw. Omdat dit lastig om te maken is, vind je dit alleen op duurdere
fluiten. Gepunte klepdekseld , in het engels "pointed arms"genoemd,
staan leuk, maar zijn niet beter dan gewone klep-armen. |
| |
 |
Stelschroeven
Er zijn een aantal kleppen op de fluit die door een andere klep
gesloten kunnen worden. Dit moet dan wel heel precies gebeuren.
Daarvoor is het mechaniek van kleine stelschroeven voorzien. Na
lang gebruik kunnen stelschroeven los gaan zitten. Op de nokjes
(waar de stelschroef tegenaan komt) zit niet altijd een demper,
waardoor de stelschoeft tikt. Veel professionele fluiten hebben
geen stelschroeven, maar de ruimte tussen de afstelnokjes wordt
opgevuld met stukjes papier of kunststof. Dit is heel tijdrovend
om te doen, dus duur. Een goed gemaakte stelschroef met een kunststof
dempertje is stil en heel nauwkeurig. |
| |
 |
Wing
plate
Door een sterke welving van de lipplaat ontstaan verhogingen aan
weerskanten van het blaasgat. Hierdoor worden de lage tonen van
de fluit veel beter. |